Incassobureau?! Laat je niet onder druk zetten.

  • -

Er is de laatste tijd veel te doen over incassobureau’s; en terecht. Incassobureau’s bedienen zich vaak van volstrekt ontoelaatbare praktijken en drukmiddelen. Om een incassobureau te starten is ook geen enkele inschrijving of vakopleiding nodig; feitelijk kan iedereen ermee starten. Die hele discussie gaan we in dit artikel niet overdoen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft hier een prachtig rapport over geschreven, wat je HIER kunt vinden. Wel is het van belang om je te realiseren dat de wanbetalers zich hier blijkbaar niet tegen verweren. En waarom niet? Omdat in het algemeen de regels onvoldoende bekend zijn.

Wanbetalers zijn veelal kwetsbaar. Een rekening is niet voor niets niet betaald. Er is ofwel spake van een conflict met de schuldeiser of ze kunnen de rekening domweg niet betalen. Kortom de beklaagde voelt zich hoe dan ook in een hoekje gedrukt. Veel wanbetalers schamen zich daarvoor en als een incassobureau ze dan ook nog eens onder druk zet, dan weegt de schaamte vaak zwaarder dan het ontwikkelen van een strijdlustig gevoel. Ze worden ook vaak afgebluft door de ambtelijke taal en dreigementen met rechtzaken en hoge kosten.

Het is dus van belang dat wanbetalers (consumenten en bedrijven) goed weten wat er nu eigenlijk wel en niet is toegestaan. Hier volgen de belangrijkste regels.

Incassokosten

De hoogte van de incassokosten die door incassobureau’s aan een vordering mag worden toegevoegd is sinds 1 juli 2012 wettelijk gemaximeerd (de ‘Wet Incasso Kosten’, kortweg WIK). Dit heet de zogenaamde “staffel”. Deze kosten bedragen minimaal € 40,= en maximaal € 6.775,=. Incassobureau’s mogen geen andere kosten in rekening brengen, zoals sommatie-, herinnerings-, registratie- en dossierkosten.

Staffel incassokosten

  • Over de eerste € 2.500,= van de vordering: max. 15% met een minimum van € 40,=
  • Over de volgende € 2.500,= van de vordering: 10%
  • Over de volgende € 5.000,= van de vodering: 5%
  • Over de volgende € 190.000,= van de vordering: 1%
  • Over het meerdere van de vordering: 0,5% met een maximum van € 6.775,=

De totale vordering kan daardoor komen te bestaan uit de initiële vordering, aangevuld met de incassokosten volgens de staffel, BTW over de incassokosten en rente (zie verderop).
Let op: ook al is het produkt waarop de vordering betrekking heeft (deels) vrijgesteld van BTW, dan nog kan over de incassokosten 21% BTW worden geheven, omdat het incasseren een dienstverlening is waarop 21% BTW geldt.

Eerste aanmaning (z.g. 14 dagenbrief)

Voordat er incassokosten in rekening mogen worden gebracht, moet de schuldeiser eerst een aanmaning sturen met een betalingstermijn van 14 dagen, waarin minimaal vermeldt moet zijn:

  • een aankondging van de gevolgen indien niet op tijd wordt betaald (minnelijke en/of gerechtelijke incassoprocedure en indien van toepassing beslaglegging)
  • de hoogte van de dan verschuldigde incassokosten
  • de hoogte van de BTW die over de incassokosten berekend zal worden

Dit is een keiharde voorwaarde voor het in rekening mogen brengen van incassokosten. De schuldeiser moet kunnen aantonen dat deze ‘eerste aanmaning’ door de wanbetaler is ontvangen.
Is aan deze verplichting niet voldaan of zijn de daarin genoemde bedragen en termijnen niet in lijn met de wettelijke regels, dan is er geen sprake van een geldige aanmaning en mogen er geen incassokosten worden berekend.

Rente

Indien in de overeenkomst niets is vermeld over rente, dan geldt automatisch de wettelijke rente. Telkens kan na afloop van een jaar rente worden opgeteld bij de initiële vordering. De incassokosten mogen niet berekend worden over het rentebedrag en er mag ook geen rente worden berekend over de incassokosten.
De wettelijke rente bedraagt per 1 januari 2015 2,00% voor vorderingen op particulieren en 8,05% voor vorderingen op bedrijven en overheidsinstanties.

Wettelijke bevoegdheden

Wat veelal onbekend is, is dat incassobureau’s geen enkele wettelijke bevoegdheid hebben. Dreigementen met een rechtzaak (en daaraan verbonden hoge kosten), inbeslagname, deurwaarder, etc. zijn in de meeste gevallen totaal uit de lucht gegrepen. Hier moet wel een kanttekening bij worden geplaatst. Er bestaan namelijk twee soorten incassobureau’s:

  • Incassobureau’s die voor eigen rekening de vordering proberen te innen.
    Tegenwoordig is dit type incassobureau erg dun gezaaid, maar in theorie is het mogelijk. Dit soort bureau’s kopen de vordering bij de schuldeiser af, voor een lager bedrag dan de originele vordering. Op dat moment is het incassobureau de schuldeiser geworden. Vervolgens proberen ze de gehele vordering zelf in te vorderen. Hun verdienmodel zit dus in het verschil tussen de afkoopsom en de totale vordering aan de wanbetaler.
  • Incassobureau’s die de vordering, al dan niet op ‘No Cure, No Pay’ basis, innen uit naam van een schuldeiser. Deze komen het meeste voor.

Feitelijk heeft het eerstgenoemde incassobureau wel wettelijke bevoegdheden aangezien zij zelf schuldeiser zijn. Zij hebben dus dezelfde bevoegdheden als een schuldeiser en mogen (zie hierna) bij de rechter een verzoek tot beslaglegging indienen en/of een gerechtelijke incassoprocedure starten.

Beslaglegging

Een schuldeiser kan bij een beslagrechter, ook wel ‘voorzieningenrechter’, een schriftelijk verzoek indienen tot het opleggen van een zogenaamd ‘conservatoir verhaalsbeslag’. De schuldeiser zal daarbij een jurist in moeten schakelen, anders is een afwijzing waarschijnlijk en betaalt de schuldeiser griffierechten en kost het hem veel tijd. In een dergelijke procedure wordt de wanbetaler niet gehoord, tenzij via een werkgever beslag wordt gelegd op loon, omdat anders de kans bestaat dat de goederen al weg zijn voordat het conservatoir beslag daadwerkelijk gelegd kan worden.
De rechter bekijkt het verzoek sumier. Naast een algehele motivering zal de schuldeiser ook nadrukkelijk moeten toelichten waarom niet voor een minder bezwarend beslagobject is gekozen (bijvoorbeeld indien er beslag wordt gelegd op een bankrekening of loon). Het is vanwege de sumiere toetsing niet ondenkbaar dat een eenmaal opgelegd beslag later onterecht blijkt en de schuldeiser aan wanbetaler een schadevergoeding moet betalen voor de geleden schade als gevolg van een dergelijk onterecht beslag. Zodra de rechter akkoord geeft voor het leggen van conservatoir beslag, wordt een deurwaarder ingeschakeld die de wanbetaler op de hoogte brengt van het opgelegde beslag.

Goederen waarop conservatoir beslag ligt, mogen niet worden verkocht. Ook mogen deze goederen niet worden bezwaard met andere rechten; dat wil zeggen dat u deze goederen bijvoorbeeld niet mag verhuren, verhypothekeren of aan iemand anders in pand geven. Doet u dat toch, dan maakt u zich schuldig aan een strafbaar feit. Wel mag u de betreffende goederen zelf blijven gebruiken.

Conservatoir beslag is geen definitieve beslaglegging. Na enige tijd, genoemd in de beslaglegging (vaak twee weken), moet het beslag worden opgeheven of worden omgezet naar een zogenaamd ‘executoriaal beslag’. In deze procedure, de zogenaamde ‘gerechterlijke incasso’, krijgt u als wanbetaler, normaliter via uw advocaat, de kans om verweer te voeren. Indien de rechter besluit dat het conservatoir beslag overgaat in executoriaal beslag, dan mogen uw eigendommen waarop beslag is gelegd, door de deurwaarder openbaar worden verkocht indien u niet vrijwillig aan het door de rechter opgelegde vonnis voldoet.

Is er een conservatoir beslag gelegd op uw bezittingen en bent u van mening dat dit een onevenredig negatieve uitwerking heeft op uw leven en/of bedrijf, dan kunt u in een kort geding opheffing van het beslag eisen, bijvoorbeeld onder gelijktijdige overlegging van een zekerheidsstelling (bankgarantie). Let op: als u niets doet moet er sowieso binnen de gestelde termijn door een rechter uitspraak worden gedaan over de vordering.

Voor de helderheid: het is dus niet zo dat een schuldeiser beslag kan laten leggen en (zonder betaling) uw goederen via een deurwaarder kan laten verkopen om zijn geld te vangen. Dit kan alleen door tussenkomst van een rechter in de gerechtelijke incassoprocedure.

Krijgt u te maken met een incassobureau?

Zodra u te maken krijgt met een incassobureau is het goed om de bovenstaande procedures en wettelijke regels te kennen.
Probeer er altijd direct achter te komen of het bureau in kwestie de schuld heeft overgenomen, of dat zij handelen uit naam van de originele schuldeiser.
Zorg dat u de aangekondigde incassokosten controleert en, indien niet correct, confronteer het bureau met de regels.
Bent u het niet eens met de vordering, neem dan een advocaat in de arm.
Is de vordering wel terecht, maar kunt u hem niet betalen, probeer dan onderling met de schuldeiser een regeling te treffen, bijvoorbeeld een afbetalingsregeling. Schaam u niet en neem het initiatief hierin. Het kan namelijk later extra kosten voorkomen en beide partijen zijn gebaat bij een oplossing.